Permacultuur

Hoe logisch is het om méé te werken met de natuur in plaats van er tegenin gaan? Toch doen we (onbewust) vaak het laatste. Permacultuur is een ontwerpmethode voor duurzame systemen. Werken vanuit de principes van permacultuur maakt je bewuster van de processen in de natuur en hoe we die in kunnen zetten om tot groei en bloei te komen. Het helpt ons opnieuw leren kijken, waardoor duurzame en veerkrachtige ecologische leefomgevingen ontstaan vol diversiteit. Permacultuur is samenwerken met de natuur en leren van natuurlijke systemen en patronen om een betere wereld te creëren, waar voedsel, energie, water en onderdak voor iedereen mogelijk zijn.

Eén geheel

Permacultuur steunt op de volgende ethische principes vanuit het idee dat alles één groot geheel is waar wij als mensen ook deel van uitmaken:

Zorg dragen voor de aarde

Zorg dragen voor de mens

Deel de overvloed

Ontstaan

Oorspronkelijk betekent de term permacultuur ‘permanente landbouw’, maar de betekenis is nu breder. Sociale aspecten zijn belangrijke elementen van een duurzaam systeem. De Australische ecoloog Bill Mollison en zijn student David Holmgren introduceerde voor het eerst de term Permaculture (permanent agriculture) in 1978. Mollison observeerde jarenlang de wilde natuur en zijn werking van natuurlijke systemen. Een permacultuursysteem is gebaseerd op natuurlijke kringlopen en ecosystemen. Deze gedachtegang stemt overeen met de methoden van Sepp Holzer uit Oostenrijk. Hij experimenteerde al vanaf begin jaren 60 met zijn eigen manier van landbouwbedrijven en leerde dat de natuurlijke manier bewijst de enige juiste te zijn. In de praktijk zie je dat wereldwijd permacultuur al eerder werd toegepast, met één gemene deler: meewerken met de natuur en efficiënt gebruik van elementen voor duurzame oplossingen, zonder het gebruik van chemische middelen.

‘De grootste verandering die we moeten maken is van consumptie naar productie, ook al is het op kleine schaal, in onze eigen tuinen. Als maar 10% van ons dit doet, is er genoeg voor iedereen.’

Bill Mollison

De ethische principes kunnen zich op verschillende manieren uiten. Je zult er vast iets van herkennen in je omgeving.

Hoe dragen we zorg voor de aarde?

  • Het bewaren en vergroten van biodiversiteit
  • Zorgen voor zuivere lucht en water
  • Behoud van bossen en biotopen
  • Grond beschermen en verrijken
  • Recycleren
  • Vervuiling verminderen
  • Geen gifstoffen
  • Duurzame energie
  • Passende technologie

Hoe dragen we zorg voor de mensen?

  • Gezondheid en welzijn
  • Gezonde voeding
  • Levenslange educatie
  • Kennis delen
  • Zinvol werk
  • Vrijwilligerswerk
  • Gemeenschapsvorming
  • Open communicatie
  • Vertrouwen en respect

Hoe delen we in overvloed?

  • Samenwerken
  • Netwerken
  • Aardse rijkdom en overvloed delen
  • Iedereen heeft recht op grond, huis, voeding, water en energie
  • Minder consumeren
  • Nieuwe visie op economie en groei
  • Giften schenken
  • Oneindige duurzaamheid

Breed toepasbaar

Permacultuur is niet alleen toe te passen op voedselvoorziening. Het is een breed begrip. Eigenlijk kun je naar alles kijken door een permacultuurbril. Dit betekent kijken naar het geheel in samenhang en zo een onderdeel van de oplossing worden in plaats van een deel van het probleem. Zo kun je de principes niet alleen toepassen in je tuin, maar ook in je huis, school, wijk, organisatie, bedrijf, productie, zorg en welzijn, landbouw et cetera. Permacultuur kun je terugzien in:

  • het verbeteren van waterhuishouding
  • productie van brandstof en bouwmateriaal
  • duurzame architectuur
  •  het verbeteren van sociaal welzijn
  • (circulaire) economie
  • het herstellen van landschappen

Voorbeelden

Ontwerpprincipes

De principes van waaruit we ontwerpen kunnen we zien als handige richtlijnen om permacultuur toe te passen. Vanuit deze principes kun je duurzame beslissingen nemen, waarmee je je ecologische voetafdruk verkleint en op een doelmatige manier samenwerkt met de natuur.

1. Observeer en reageer

2. Verzamel en bewaar energie

3. Oogst een voordeel

4. Pas zelfregulatie toe en verwerk terugkoppeling

5. Gebruik en waardeer hernieuwbare grondstoffen en diensten

6. Verspil niets

7. Ontwerp van grote lijnen naar details

8. Voeg samen in plaats van te splitsen

9. Gebruik kleinschalige en geleidelijke oplossingen

10. Gebruik en waardeer verscheidenheid

11. Gebruik de randen en waardeer het marginale

12. Maak creatief gebruik van en reageer op veranderingen

Op de site van het Permacultuurmagazine vind je uitleg over de verschillende ontwerpprincipes. 

Permacultuur in het ontwerp van (eetbaar) stadsgroen

Lagen begroeiing

In de permacultuur wordt vaak gewerkt met negen verschillende lagen begroeiing. Deze indeling is gebaseerd op de hoogte en het groeitype van de plant. Robert J. Hart observeerde het zevenlagen systeem in natuurlijke bossen en definieerde het zo:

1. Kroonlaag. Hoge bomen. Bijv. walnoten, tamme kastanjes, hoogstam fruitbomen.

2. Lage bomen. Bijv. halfstam een laagstam fruitbomen en hazelaars.

3. Struiklaag van fruit- en bessenstruiken. Bijv. rode-, zwarte-, witte- en blauwe bessen, bramen, frambozen, jostabessen, taiberry`s, erwtenstruiken.

4. Kruidlaag van meerjarige groenten en kruiden. Bijv. prei, bieslook, kamille, cola-kruid, brave hendrik, kardoen, artisjok, zonnehoed, hyssop, daglelie.

5. Bodembedekkers/ bodemkruipers, laag van planten die zich horizontaal verspreiden. Bijv. pompoenen, courgettes, aardbeien, lievevrouwebedstro, oost-Indische kers, bospinda.

6. Ondergrondse of wortellaag van planten die wortels of knollen produceren. Bijv. aardappelen, radijs, wortels, uien, knoflook.

7. Klimmers, een verticale laag van klimmende planten. Bijv. druiven, kiwi’s, wingerd, blauwe regen, klimop, akebia, rankspinazie.

De 8e en 9e laag werden later door John Kitsteiner toegevoegd:

8. Water. Bijv. poel, wadi of (zwem)vijver.

9. Schimmellaag in de bodem. Bijv. mycelia en fungi.

Het grote voordeel is dat alle ecologische rollen (die een soort in het geheel speelt) in het ecosysteem vervuld worden. Hierdoor wordt de zon en de bodem optimaal gebruikt door de verschillende lagen nuttige planten. Ook is onkruid een veel kleiner probleem en groeit de opbrengst. Uiteindelijk heb je een eetbare (bos)tuin met de veerkracht van een natuurlijk ecosysteem dat weinig onderhoud vraagt. In een kleine tuin passen we in ieder geval laag 4 tot en met 7 toe. Als het mogelijk is ook de andere lagen.

‘De natuur en het leven functioneren alleen in cycli. Er zijn geen doodlopende wegen, geen hoeken of randen. De schepping is perfect. De natuur heeft altijd gelijk. Alleen wij mensen maken fouten.’

Sepp Holzer